Water en gender

“Het meisjestoilet in onze school heeft een badkamertje waar we ons kunnen verzorgen, met voldoende privacy. Het vorige toilet had dat niet, er was zelfs geen water! Heel wat meisjes bleven toen thuis in de plaats van de lessen te volgen.” - Rossetti Orishaba uit Nyakachwamba in Oeganda.

Wereldwijd zijn vrouwen doorgaans verantwoordelijk om water voor hun gezin te voorzien. In heel wat landen brengen vrouwen en jonge meisjes vaak 3 tot 4 uur per dag door met water halen. Dat is een enorme tijdsinvestering en het is fysiek erg zwaar. En als er op school geen propere toiletten zijn, haken meisjes af eens ze beginnen te menstrueren. 

Gemakkelijke toegang tot water en sanitaire voorzieningen verbetert niet alleen de gezondheid van vrouwen en meisjes. Het stelt hen ook in staat deel te nemen aan onderwijs- en opleidingsmogelijkheden. Dat moet hen dan weer helpen om een job te vinden en een beter inkomen te verwerven. Minstens even belangrijk is het feit dat ze dankzij een opleiding ook autonomer en sterker in het leven staan en volwaardig kunnen deel uitmaken van de samenleving. Investeren in duurzame toegang tot water en sanitatie is dus een eerste voorwaarde om aan duurzame ontwikkeling te werken. 

Gendergelijkwaardigheid

Bij het plannen en het beheren van waterinfrastructuur moet iedereen betrokken zijn. In veel culturen dragen vrouwen en mannen bij aan waterbeheer. Beide groepen hebben immers waardevolle en complementaire kennis en moeten daarom inspraak krijgen bij de planning en uitvoering van waterprogramma's. 

De specifieke verantwoordelijkheden die vrouwen inzake water hebben, geven hen expertise die van vitaal belang is bij het zoeken naar aangepaste oplossingen. Het betrekken van vrouwen en kansarmen verhoogt niet alleen de duurzaamheid van de programma’s, maar is ook een manier om gendergelijkwaardigheid te promoten binnen organisaties, gemeenschappen en families.